
Laat die jongens toch drinken!
En dat was ook meteen het levensmotto van Jan de Wildt, zwerver en
tevens illustere Castricummer/Bakkummer. "Die jongelui komen toch wel aan
drank", in een interview met het Noordhollands Dagblad vertelde Jan
dat aan een verslaggever op straat. Strekking van het verhaal was het
voornemen om alcohol te verbieden voor jongeren onder de 18. Met Jan had hij
een gewillig slachtoffer die wel wilde praten, soms tot vervelens aan
toe."Goeiemorgen, lekker weertje hè", was een gevleugelde uitdrukking van
hem. In het begin kon iedereen het nog wel waarderen, maar Jan werd al
leper. Jan zakte steeds verder af en werd een echte zwerver met alles erop
en eraan. Overal haalde hij bijvoorbeeld lege flessen vandaan om die
vervolgens in te wisselen om daar weer bier voor te kopen. Voor de meeste
lege flessen die hij 'ophaalde' had hij geen toestemming, die nam hij gewoon mee.
Veel winkels weerden hem op het laatst, maar Jan had zijn handlangers om
toch aan bier te komen. Jan, had ook een uitspraak van, " Laat iedereen toch
in zijn waarde, iedereen mag doen en laten wat hij wil, wel leven in een
vrij land". Alleen nam Jan zelf dat nogal letterlijk. Zo ook de keer dat hij
het brood van de voordeurkruk meenam wat ervoor door de bakker was bezorgd.
